NEDERLANDS
🇳🇱

Bevestigen

Werkwoord

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'bevestigen' kan zowel letterlijk (fysiek vastmaken) als figuurlijk (beamen, instemmen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Kun je bevestigen dat je komt?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Ik heb de afspraak gisteren bevestigd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Bevestig je deelname voor vrijdag!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is noodzakelijk dat je dit bevestigt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.