Bevestigen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'bevestigen' kan zowel letterlijk (fysiek vastmaken) als figuurlijk (beamen, instemmen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Kun je bevestigen dat je komt?
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb de afspraak gisteren bevestigd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bevestig je deelname voor vrijdag!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is noodzakelijk dat je dit bevestigt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.