Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de bevroren vijver' of 'een bevroren fruit', gebruik je 'bevroren' vóór het zelfstandig naamwoord. Het beschrijft iets dat ijs heeft.
- Met bepaald lidwoord
- de bevroren
- "Ik zie de bevroren vijver."
- Met onbepaald lidwoord
- een bevroren
- "Dat is een bevroren plas."
- Zonder lidwoord
- bevroren
- "Bevroren water is moeilijk te breken."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'bevroren': Het water is bevroren. Dit geeft aan dat het water nu ijs is.
Vergrotende trap
Bij de vergelijking gebruik je 'bevrorener': Dit ijs is bevrorener dan dat. Het betekent dat het hier een laagje ijs meer heeft.
- Grondvorm
- bevroren
- "Het is bevroren."
- Met "dan"
- bevrorener
- "Deze plek is bevrorener dan daar."
Overtreffende trap
Voor de hoogste graad gebruik je 'de bevrorenste': Dit is de bevrorenste plek, wat betekent dat dit de meeste ijs heeft.
- Attributief
- de bevrorenste
- "Dat is de bevrorenste plek in de stad."
- Predicatief
- is de bevrorenste
- "Deze vijver is de bevrorenste van allemaal."
Belangrijke opmerkingen
- usage:"Bevroren" wordt vaak gebruikt om iets aan te duiden dat ijs is geworden.
- irregular:Het woord "bevroren"zelf verandert niet in de comparatieve en superlatieve vorm zoals andere bijvoeglijke naamwoorden.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.