Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de bezige bij', of 'een bezige student', gebruik je 'bezige' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de bezige
- "De bezige bij maakt altijd zijn huiswerk."
- Met onbepaald lidwoord
- een bezige
- "Een bezige student leert veel."
- Zonder lidwoord
- bezig
- "Ze zijn druk bezig met het project."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'bezig': Hij is bezig met zijn studie.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap gebruik je 'bezigere': Hij is drukker bezigere dan zijn vrienden.
- Grondvorm
- bezigere
- "Hij is bezigere dan zijn broer."
- Met "dan"
- bezigere
- "Zij is drukker bezigere dan zij."
Overtreffende trap
In de overtreffende trap gebruik je 'bezigst': Zij is de bezigst met haar werk.
- Attributief
- de bezigste
- "Dat is de bezigste persoon die ik ken."
- Predicatief
- bezigst
- "Hij is de bezigst van de groep."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Bezig' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand actief is met iets.
- spelling:'Bezig' verandert in 'bezigere' en 'bezigst' in de vergrotende en overtreffende trap.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.