Bezoeken
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'bezoeken' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand ergens naartoe gaat om iemand te zien of iets te bekijken, zoals een museum, een familielid of een stad.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik bezoek mijn ouders elke zondag.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij hebben gisteren het Rijksmuseum bezocht.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bezoek je de bibliotheek vaak?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Hij bezocht vorig jaar Italië en Frankrijk.
verleden tijd, aantonende wijs
Bezoek de website voor meer informatie!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.