Biechten
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord, regelmatig in vervoeging maar specifiek religieus gebruik
Het werkwoord 'biechten' wordt voornamelijk gebruikt in een religieuze context, specifiek binnen het katholicisme, om het opbiechten van zonden aan een priester aan te duiden. In een niet-religieuze context kan het ook figuurlijk gebruikt worden om toe te geven of iets op te biechten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
Ik biecht elke maand mijn zonden op.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij biechtte gisteren dat ze gelogen had.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je al gebiecht?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je biecht voordat je communie doet.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.