Biefstuk
Enkelvoudsvormen
'Biefstuk' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één stuk vlees hebt. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
Het meervoud 'biefstukken' gebruik je als je het over meerdere stukken biefstuk hebt, bijvoorbeeld op een menu of in een bestelling.
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het verkleinwoord 'biefstukje' wordt vaak gebruikt om een kleine portie biefstuk aan te duiden, bijvoorbeeld als voorgerecht of voor kinderen. Het kan ook een vriendelijke of informele toon aangeven.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
biefstukmes
Een speciaal mes om biefstuk te snijden.
ossenbiefstuk
Een biefstuk gemaakt van ossevlees, vaak van hoge kwaliteit.
biefstuk tartare
Rauw gehakt rundvlees, vaak geserveerd met kruiden en een ei.
Veelgebruikte woordcombinaties
met frietjes
Een veelvoorkomende combinatie in restaurants, vaak gezien als een klassiek hoofdgerecht.
gebakken
Beschrijft hoe de biefstuk bereid is, vaak in combinatie met 'goed doorbakken', 'medium' of 'rood'.
saus
Biefstuk wordt vaak gegeten met een saus, zoals pepersaus, roomsaus of mosterdsaus.
rood/medium/doorbakken
Geeft aan hoe gaar de biefstuk gebakken moet zijn.
Belangrijke opmerkingen
- usage:In restaurants wordt 'biefstuk' vaak gebruikt zonder lidwoord, bijvoorbeeld in zinnen als 'We hebben biefstuk op het menu'.
- countability:'Biefstuk' is telbaar. Je kunt zeggen 'twee biefstukken', maar niet 'veel biefstuk' zonder meervoud.
- register:Het verkleinwoord 'biefstukje' wordt vaak gebruikt in informele contexten of om een kleine portie aan te duiden.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.