NEDERLANDS
🇳🇱

Bijvullen

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

Scheidbaar werkwoord: 'bijvullen' wordt gesplitst in 'bij' en 'vullen' in bepaalde vormen.

'Bijvullen' betekent iets aanvullen tot het gewenste niveau of hoeveelheid, vaak gebruikt in contexten zoals winkels, voorraden of dagelijkse taken.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Kun je de suikerpot bijvullen?

    tegenwoordige tijd, vragend

  • Hij heeft de tank bijgevuld voordat we vertrokken.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonend

  • Vul de flessen bij als ze leeg zijn.

    tegenwoordige tijd, gebiedend

  • Zij vulde de voorraadkast bij na de drukte.

    verleden tijd, aantonend

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.