Binnenlopen
Hulpwerkwoord
zijn of hebben
onovergankelijk, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'binnenlopen' kan zowel letterlijk (een ruimte betreden) als figuurlijk (bijvoorbeeld een winkel bezoeken) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik loop even binnen om te kijken of alles in orde is.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren liep hij zomaar binnen zonder te kloppen.
verleden tijd, aantonende wijs
Loop gerust binnen als je zin hebt in een praatje.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
We zijn gisteravond nog even bij de buren binnengelopen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.