🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je zegt 'de bleke maan' of 'een bleke schaduw', gebruik je 'bleke' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de bleke
"De bleke maan zit aan de hemel."
Met onbepaald lidwoord
een bleke
"Ik zie een bleke schaduw."
Zonder lidwoord
bleek
"Het is echt bleek vandaag."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'bleek': Hij is bleek.

bleek
"Jij ziet er bleek uit."

Vergrotende trap

Als je vergelijkt, gebruik je 'bleker': Zij is bleker dan jij.

Grondvorm
bleker
"Hij is bleker dan zij."
Met "dan"
zoveel bleker
"Hij is zoveel bleker dan zijn broer."

Overtreffende trap

Bij de superlative, zeg je 'de bleekste': Dit is de bleekste kleur.

Attributief
de bleekste
"Zij is de bleekste in de klas."
Predicatief
bleekst
"Dit is het bleekst dat ik ooit heb gezien."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Bleek' wordt vaak gebruikt om de kleur van huid of oppervlakken te beschrijven.
  • spelling:Let op de spelling van de vergelijktijden, zoals 'bleker' en 'bleekste'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.