Attributieve vormen
Als je zegt 'de bleke maan' of 'een bleke schaduw', gebruik je 'bleke' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de bleke
- "De bleke maan zit aan de hemel."
- Met onbepaald lidwoord
- een bleke
- "Ik zie een bleke schaduw."
- Zonder lidwoord
- bleek
- "Het is echt bleek vandaag."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'bleek': Hij is bleek.
Vergrotende trap
Als je vergelijkt, gebruik je 'bleker': Zij is bleker dan jij.
- Grondvorm
- bleker
- "Hij is bleker dan zij."
- Met "dan"
- zoveel bleker
- "Hij is zoveel bleker dan zijn broer."
Overtreffende trap
Bij de superlative, zeg je 'de bleekste': Dit is de bleekste kleur.
- Attributief
- de bleekste
- "Zij is de bleekste in de klas."
- Predicatief
- bleekst
- "Dit is het bleekst dat ik ooit heb gezien."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Bleek' wordt vaak gebruikt om de kleur van huid of oppervlakken te beschrijven.
- spelling:Let op de spelling van de vergelijktijden, zoals 'bleker' en 'bleekste'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.