NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Blijven
    Werkwoordverblijven op plaats
  • 22Blijf(de)
    Zelfstandig naamwoordde staat van zijn

Bladeren

WoordenboekWoordenschatMijn woordenRecente woorden
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇳🇱
  • 11Blijven
    Werkwoordverblijven op plaats
  • 22Blijf(de)
    Zelfstandig naamwoordde staat van zijn
  1. NEDERLANDS
  2. /Woordenboek
  3. /Blijf
WoordenboekBlijf

Blijf

  • blijven

    Werkwoord

    verblijven op plaats

    1. op dezelfde plaats blijven en niet weggaanHij besluit om nog wat langer in zijn kamer te blijven.
    2. niet veranderen, hetzelfde blijvenDe temperatuur is constant deze winter.
    3. in een bepaalde staat, conditie of situatie zijnHij is in een goede toestand.
    4. overblijven, resterenEr blijft één stuk taart over.
  • deblijf

    Zelfstandig naamwoord

    de staat van zijn

    1. de toestand of plaats waarin iemand of iets zich bevindtDe toestand in de ziekenzaal is niet goed.
    2. het blijven van iemand of iets, ter onderscheiding van vertrekkenHij verpoosde in het park.
    3. een kans of gelegenheid die zich voordoetEen gelegenheid om te leren kan onverwacht komen.

Verwante woorden

bleefblevenblijftblijveblijvenblijvendblijvendegebleven