Blijve
blijven
Werkwoordverblijven op plaats
- op dezelfde plaats blijven en niet weggaanHij besluit om nog wat langer in zijn kamer te blijven.
- niet veranderen, hetzelfde blijvenDe temperatuur is constant deze winter.
- in een bepaalde staat, conditie of situatie zijnHij is in een goede toestand.
- overblijven, resterenEr blijft één stuk taart over.
deblijf
Zelfstandig naamwoordde staat van zijn
- de toestand of plaats waarin iemand of iets zich bevindtDe toestand in de ziekenzaal is niet goed.
- het blijven van iemand of iets, ter onderscheiding van vertrekkenHij verpoosde in het park.
- een kans of gelegenheid die zich voordoetEen gelegenheid om te leren kan onverwacht komen.