Werkwoord
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Verleden tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Aanvoegende wijs
Voltooid deelwoord
Voorbeelden
In de lente bloeiden de bloemen volop in de tuin.
verleden tijd, neutraal
Bij de ingang staan er prachtige bloemen te bloeien.
tegenwoordige tijd, neutraal
Zou het niet mooi zijn als er altijd bloemen bloeime?
aanvoegende wijs, wens
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.