NEDERLANDS
🇳🇱

Blond

Bijvoeglijk naamwoordA1

Attributieve vormen

Als je 'blond' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm. Voor 'de'-woorden en meervoud zeg je 'blonde' (bijv. 'de blonde man', 'de blonde haren'). Voor 'het'-woorden in het enkelvoud zeg je 'blond' (bijv. 'het blonde kind').

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Als je zegt hoe iets of iemand is, gebruik je 'blond' na werkwoorden zoals 'zijn' of 'worden'. Bijvoorbeeld: 'Zij is blond.' Hier verandert 'blond' niet.

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets of iemand lichter van kleur is dan iets of iemand anders, gebruik je 'blonder'. Bijvoorbeeld: 'Zijn haar is blonder dan vroeger.' Je voegt '-er' toe aan 'blond'.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Om te zeggen dat iets of iemand het lichtst is van allemaal, gebruik je 'blondst' of 'blondste'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'blondst' (bijv. 'Zij is het blondst'). Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'blondste' (bijv. 'de blondste vrouw').

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Blond' wordt vaak gebruikt om de kleur van haar te beschrijven, maar kan ook voor andere lichte kleuren gebruikt worden, zoals 'blond bier'.
  • spelling:In de stellende trap krijgt 'blond' een '-e' in attributief gebruik voor de-woorden en in de pluralis (bijv. 'de blonde haren'). Voor het-woorden in het enkelvoud blijft het 'blond' (bijv. 'het blonde haar').

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.