NEDERLANDS
🇳🇱

Bont

Bijvoeglijk naamwoordB2

Attributieve vormen

Als je 'bont' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak. Bij 'de' of 'het' gebruik je 'bonte': 'de bonte trui', 'het bonte overhemd'. Bij 'een' gebruik je ook 'bonte': 'een bonte sjaal'. Zonder zelfstandig naamwoord gebruik je 'bont': 'Bont staat je goed'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'bont'. Bijvoorbeeld: 'De tekening is bont', 'Het patroon wordt bont'.

Vergrotende trap

Als je wilt zeggen dat iets *meer* bont is, gebruik je 'bonter'. Bijvoorbeeld: 'Deze trui is bonter dan die andere'. Je kunt ook 'bonter dan' gebruiken: 'Mijn tas is bonter dan jouw tas'.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

Als je wilt zeggen dat iets *het meest* bont is, gebruik je 'bontst' of 'bontste'. Na 'het' gebruik je 'bontst': 'Dit is het bontst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'bontste': 'Dit is de bontste trui'.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Bont' betekent dat iets veel verschillende kleuren heeft. Het wordt vaak gebruikt voor kleding, tekeningen of patronen.
  • spelling:In de overtreffende trap schrijf je 'bontst' zonder 'e' als het na 'het' komt, bijvoorbeeld: 'het bontst'. Met een zelfstandig naamwoord gebruik je 'bontste', bijvoorbeeld: 'de bontste trui'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.