🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

'Boom' is een zelfstandig naamwoord dat een hoge plant beschrijft met een stam en takken.

Bepaald (de/het)
de boom
"De boom staat in de tuin."
Onbepaald (een)
een boom
"Een boom groeit snel."
Zonder lidwoord
boom
"Boom is belangrijk voor het milieu."

Meervoudsvormen

'Bomen' verwijst naar meerdere hoge planten.

Bepaald (de)
de bomen
"De bomen zijn hoog."
Zonder lidwoord
een paar bomen
"Ik heb een paar bomen geplant."

Verkleinwoord

boompje
"Het boompje is schattig."

Het diminutief wordt gebruikt voor kleine bomen of als een liefkozende term.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • fruitboom

    "In de tuin staat een fruitboom."

    een boom die fruit draagt

  • lapenboom

    "De lappenboom is heel sterk."

    speciale boom voor de gordijnen

Veelgebruikte woordcombinaties

  • in de schaduw van een boom

    "We zitten in de schaduw van de boom."

    Dit betekent dat je onder een boom bent, waar het koel is.

  • de tak van een boom

    "De tak van de boom is gebroken."

    Dit verwijst naar de takken die aan de boom zitten.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'Boom' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • usage:'Boom' wordt vaak gebruikt in natuur en tuin context.
  • register:'Boom' kan in zowel formele als informele spraak gebruikt worden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.