Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de boze man' of 'een boze vrouw', gebruik je 'boze' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de boze
- "De boze man schreeuwt."
- Met onbepaald lidwoord
- een boze
- "Een boze vrouw loopt weg."
- Zonder lidwoord
- boze
- "Ik zie een boze."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'boos': De man is boos.
Vergrotende trap
De vorm 'bozer' gebruik je om te zeggen dat iemand boos is in vergelijking met iemand anders. Bijvoorbeeld: 'Hij is bozer dan ik.'
- Grondvorm
- bozer
- "Hij is bozer dan gisteren."
- Met "dan"
- bozere
- "Zij is bozere dan haar zus."
Overtreffende trap
De superlatieven 'boost' en 'de booste' gebruik je om te zeggen dat iemand de meest boze is, zoals in 'Zij is de booste in de klas.'
- Attributief
- de booste
- "Hij is de booste van allemaal."
- Predicatief
- de boost
- "Zij is de boost van de groep."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Boos' wordt vaak gebruikt om te beschrijven dat iemand zich kwaad voelt.
- spelling:Let op dat de comparatieve en superlatieve vormen niet regelmatig zijn.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.