Booten
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'booten' wordt voornamelijk gebruikt in de context van computers of elektronische apparaten die opnieuw opstarten of opstarten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik boot mijn laptop elke ochtend op om te controleren of alles werkt.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de computer al geboot?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als de computer vastloopt, moet je hem opnieuw booten.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij bootte de server gisteren op, maar het probleem bleef bestaan.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.