NEDERLANDS
🇳🇱

Borduren

WerkwoordA2

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'borduren' verwijst naar het decoreren van stof of ander materiaal met naald en draad. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden (bijv. 'op een verhaal borduren').

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik borduur graag in mijn vrije tijd.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft een hele avond aan dat kussen geborduurd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je meer wilt leren, borduur dan met verschillende kleuren.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij borduurde vroeger vaak op de verhalen van zijn opa.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.