Borduren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'borduren' verwijst naar het decoreren van stof of ander materiaal met naald en draad. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden (bijv. 'op een verhaal borduren').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik borduur graag in mijn vrije tijd.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft een hele avond aan dat kussen geborduurd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je meer wilt leren, borduur dan met verschillende kleuren.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij borduurde vroeger vaak op de verhalen van zijn opa.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.