Boten
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'boten' betekent 'zeilen' of 'varen met een boot', vaak in recreatieve zin. Het wordt meestal gebruikt in de context van pleziervaart of sport.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik boot graag in mijn vrije tijd.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren hebben we de hele middag geboot.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Boot niet te dicht bij de kust!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als het mooi weer is, boten we vaak.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.