Botsen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord
Het werkwoord 'botsen' kan zowel letterlijk (fysieke botsing) als figuurlijk (conflict of botsing van meningen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
De twee auto's botsten op het kruispunt.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je niet oplet, bots je tegen de deur.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ze hebben vaak gebotst over kleine dingen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het is beter dat onze meningen niet botsen tijdens de vergadering.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.