Bouten
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig, maar met een ongebruikelijke stam 'bout')
Dit werkwoord wordt voornamelijk gebruikt in technische of bouwkundige contexten en betekent 'met bouten vastmaken'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Ik bout de metalen delen aan elkaar voor de nieuwe constructie.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren heb ik de planken aan de muur gebout.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bout jij de schroeven vast terwijl ik het frame hou?
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het is noodzakelijk dat wij deze bouten stevig bouten.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.