NEDERLANDS
🇳🇱
  • Bouw(de)
    Zelfstandig naamwoordconstructie bewerking
  • Bouw(de)
    Zelfstandig naamwoordveldmaat

Bouw

  • debouw

    Zelfstandig naamwoord

    constructie; bewerking

    1. constructie

      Het bouwen zelf of het resultaat ervan; ook het vakgebied dat gebouwen en andere constructies maakt.

      De bouw van het nieuwe ziekenhuis begint volgend jaar.

    2. structuur

      De wijze waarop iets is opgebouwd of ingedeeld; de interne samenstelling of opbouw.

      We bespreken de bouw van het verhaal in de colleges literatuur.

    de bouw vanin de bouwbouwsectornieuwbouwhoutbouw
  • debouw

    Zelfstandig naamwoord

    veldmaat

    1. veldmaat

      Een (oude) aanduiding voor een stuk akkerland of een maat voor een perceel dat voor landbouw wordt gebruikt.

      De boer pachtte een bouw dicht bij het dorp om aardappelen te telen.

    een bouw pachteneen bouw kopenbouw bewerken

Blijf leren