Bouwen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'bouwen' kan zowel letterlijk (fysieke constructie) als figuurlijk (opbouwen van relaties, systemen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Voorbeelden
Ik bouw een huis voor mijn familie.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij bouwde vroeger veel met LEGO.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben een schuur gebouwd in de tuin.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bouw jij ook mee aan deze gemeenschap?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.