Branden
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk en overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'branden' kan zowel letterlijk (vuur) als figuurlijk (bijv. verlangen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze
hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Voorbeelden
De zon brandt vandaag erg fel.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn hand gebrand aan de hete pan.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Brand jij de kaars even?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij brandden van nieuwsgierigheid naar het antwoord.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.