🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

De broer is een zelfstandig naamwoord dat verwijst naar een mannelijk familielid.

Bepaald (de/het)
de broer
"De broer van Peter is heel grappig."
Onbepaald (een)
een broer
"Hij heeft een broer."
Zonder lidwoord
broer
"Broer, kom eens hier!"

Meervoudsvormen

De broers verwijst naar meerdere mannelijke familieleden.

Bepaald (de)
de broers
"De broers gaan vaak samen voetballen."
Zonder lidwoord
broers
"Er zijn drie broers in die familie."

Verkleinwoord

broertje
"Mijn broertje is nog een kind."

Diminutief wordt gebruikt voor een jongere broer of in een schattige context.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • broer-en-zus

    "Een broer-en-zus relatie is heel speciaal."

    broer en zus samen

  • halfbroer

    "Hij heeft een halfbroer van zijn vaders kant."

    broer met een van beide ouders gemeenschappelijk

  • stiefbroer

    "Mijn stiefbroer komt op bezoek."

    broer door hertrouwen van een van de ouders

Veelgebruikte woordcombinaties

  • oudere broer

    "Hij is de oudere broer van zijn gezin."

    Oudere broer betekent de broer die ouder is dan jij.

  • jongere broer

    "Ik heb een jongere broer die veel speelser is."

    Jongere broer betekent de broer die jonger is dan jij.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Broer is een telbaar zelfstandig naamwoord, je kunt het tellen.
  • register:Informeel gebruik is gebruikelijk onder vrienden en familie.
  • irregular:Er zijn geen onregelmatigheden voor de woordvormen van broer.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.