Brommen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk werkwoord (kan niet met een lijdend voorwerp)
Het werkwoord 'brommen' kan zowel letterlijk (bijv. het geluid van een bij) als figuurlijk (bijv. mopperen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De bijen **brommen** in de bloemen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij **bromde** omdat hij zijn sleutels niet kon vinden.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je zo blijft **brommen**, verpest je de sfeer.
tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs
De motor **bromde** luid toen hij startte.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft de hele avond **gebromd** over het eten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.