Infinitief Wij gaan brouwen vandaag.
Tegenwoordig deelwoord De brouwer is brouwend in de winkel.
De brouwende mannen zijn druk bezig.
Tegenwoordige tijd ik
Ik brouw mijn eigen bier.
jij / je
Jij brouwt het beste bier.
u
U brouwt al jaren bier, toch?
hij
Hij brouwt speciaal bier voor festivals.
zij / ze
Zij brouwt graag in haar vrije tijd.
het
Het brouwt vanavond in de brouwerij.
wij / we
Wij brouwen iedere maand opnieuw.
jullie
Jullie brouwen samen een nieuw biertje.
Verleden tijd ik
Ik brouwde eerder dit jaar een speciaal bier.
jij / je
Jij brouwde vorig jaar voor het eerst.
u
U brouwde een prachtig bier voor de bruiloft.
hij
Hij brouwde in zijn kelder.
zij / ze
Zij brouwde een nieuwe hoeveelheid bier.
wij / we
Wij brouwden ooit voor een wedstrijd.
jullie
Jullie brouwden samen een jaar geleden.
het
Het brouwde in de grote stad verborgen.
Voltooid deelwoord Het bier is vandaag gebrouwd en nu verzamelen we het.
Aanvoegende wijs Als hij maar brouwe zoals het hoort.
Gebiedende wijs Brouw vandaag iets bijzonders!
Brouwt met aandacht en geduld!
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.