Buitendeur
Enkelvoudsvormen
'Buitendeur' is een zelfstandig naamwoord dat meestal in het enkelvoud wordt gebruikt om één deur aan te duiden die naar buiten leidt.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
In het meervoud wordt 'buitendeuren' gebruikt om meerdere deuren aan te duiden die naar buiten leiden.
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het verkleinwoord 'buitendeurtje' wordt vaak gebruikt om een kleine of schattige buitendeur aan te duiden, bijvoorbeeld voor een schuurtje of hokje.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
voordeur
specifieke buitendeur aan de voorkant van een huis
achterdeur
specifieke buitendeur aan de achterkant van een huis
buitendeurslot
slot voor een buitendeur
buitendeurverf
speciale verf voor buitendeuren
Veelgebruikte woordcombinaties
afsluiten
Het werkwoord 'afsluiten' wordt vaak gebruikt met 'buitendeur' om aan te geven dat de deur op slot moet.
vergrendelen
Een synoniem voor 'afsluiten', vaak gebruikt in een veiligheidscontext.
openen/sluiten
Basishandelingen met de deur.
tocht
Vaak gebruikt om aan te geven dat er kou door de kier van de deur komt.
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Buitendeur' wordt vaak gebruikt in combinatie met werkwoorden die te maken hebben met veiligheid, zoals 'afsluiten' en 'vergrendelen'.
- countability:'Buitendeur' is telbaar. Je kunt dus spreken van 'één buitendeur', 'twee buitendeuren', enzovoort.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.