NEDERLANDS
🇳🇱

Buitendeur

deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

'Buitendeur' is een zelfstandig naamwoord dat meestal in het enkelvoud wordt gebruikt om één deur aan te duiden die naar buiten leidt.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

In het meervoud wordt 'buitendeuren' gebruikt om meerdere deuren aan te duiden die naar buiten leiden.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het verkleinwoord 'buitendeurtje' wordt vaak gebruikt om een kleine of schattige buitendeur aan te duiden, bijvoorbeeld voor een schuurtje of hokje.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • voordeur

    specifieke buitendeur aan de voorkant van een huis

  • achterdeur

    specifieke buitendeur aan de achterkant van een huis

  • buitendeurslot

    slot voor een buitendeur

  • buitendeurverf

    speciale verf voor buitendeuren

Veelgebruikte woordcombinaties

  • afsluiten

    Het werkwoord 'afsluiten' wordt vaak gebruikt met 'buitendeur' om aan te geven dat de deur op slot moet.

  • vergrendelen

    Een synoniem voor 'afsluiten', vaak gebruikt in een veiligheidscontext.

  • openen/sluiten

    Basishandelingen met de deur.

  • tocht

    Vaak gebruikt om aan te geven dat er kou door de kier van de deur komt.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Buitendeur' wordt vaak gebruikt in combinatie met werkwoorden die te maken hebben met veiligheid, zoals 'afsluiten' en 'vergrendelen'.
  • countability:'Buitendeur' is telbaar. Je kunt dus spreken van 'één buitendeur', 'twee buitendeuren', enzovoort.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.