Bukken
WerkwoordA2
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Voorbeelden
Als je valt, moet je bukken.
tegenwoordige tijd, indicatief
Bukken is soms nodig om iets te pakken.
infinitief, infinitief
Hij is altijd bukkend bezig in de tuin.
tegenwoordige tijd, indicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.