Bus
Enkelvoudsvormen
'Bus' is een zelfstandig naamwoord dat verwijst naar een voertuig voor het vervoeren van meerdere personen. Het wordt vaak gebruikt in de context van openbaar vervoer.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
De meervoudsvorm van 'bus' is 'bussen'. Deze vorm wordt gebruikt als je het over meerdere bussen hebt.
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Een 'busje' is kleiner dan een normale bus en wordt vaak gebruikt voor specifieke doeleinden zoals verhuizingen of kleine groepen. Het kan ook een liefkozende of informele betekenis hebben.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
schoolbus
Een bus die speciaal gebruikt wordt om kinderen naar school te brengen.
stadsbus
Een bus die binnen een stad rijdt.
touringcar
Een luxe bus die vaak gebruikt wordt voor lange reizen of excursies.
buschauffeur
De bestuurder van een bus.
busrit
Een rit met de bus.
Veelgebruikte woordcombinaties
nemen
Het werkwoord 'nemen' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat je met de bus reist.
missen
Het werkwoord 'missen' wordt gebruikt als je te laat bent voor de bus.
halte
Een 'halte' is de plek waar de bus stopt om passagiers te laten in- en uitstappen.
kaartje
Een 'kaartje' is nodig om met de bus te mogen reizen.
wachten op
Het werkwoord 'wachten op' wordt gebruikt om aan te geven dat je bij de halte staat tot de bus komt.
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'bus' kan ook in andere betekenissen gebruikt worden, zoals 'brievenbus' of 'doos', maar in deze context gaat het om het voertuig.
- countability:'Bus' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één bus', 'twee bussen', enzovoorts.
- irregular:De meervoudsvorm 'bussen' is regelmatig. Er zijn geen onregelmatigheden in de vervoeging van dit woord.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.