đŸ‡łđŸ‡±
deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Het woord 'café' is een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.

Bepaald (de/het)
het café
"Ik ga naar het café om koffie te drinken."
Onbepaald (een)
een café
"Er is een nieuw café in de buurt."
Zonder lidwoord
café
"In het café is het gezellig."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm is 'cafés'.

Bepaald (de)
de cafés
"De cafés zijn druk in het weekend."
Zonder lidwoord
cafés
"Er zijn verschillende cafés in de stad."

Verkleinwoord

cafetariaatje
"Laten we naar het cafetariaatje gaan voor een snack."

De diminutief kan schattig overkomen of iets kleins aanduiden.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • cafĂ© terras

    "Zij zitten op het café terras in de zon."

    een buitenruimte bij een café

  • cafĂ© cultuur

    "Café cultuur is belangrijk in de stad."

    de sociale aspecten van cafés

Veelgebruikte woordcombinaties

  • cafĂ© open

    "Het café is open van 8 tot 10."

    Geeft de openingstijden van het café aan.

  • cafĂ© bezoeken

    "We gaan het café bezoeken vanavond."

    Een gangbare uitdrukking voor het gaan naar een café.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:'CafĂ©' is telbaar, je kunt er meerdere van hebben.
  • irregular:De meervoudsvorm volgt de standaard regel, maar let op het accent op de 'Ă©'.
  • register:'CafĂ©' is meestal informeel, maar kan ook in formele context vaak gebruikt worden.
  • usage:Het wordt vaak gebruikt voor sociale bijeenkomsten en als plek om te ontspannen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.