🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de chagrijnige man', gebruik je 'chagrijnige' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de chagrijnige
"De chagrijnige man keek niet blij."
Met onbepaald lidwoord
een chagrijnig
"Ik zie een chagrijnig kind in de hoek."
Zonder lidwoord
chagrijnig
"Hij is chagrijnig."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'chagrijnig': Hij is chagrijnig.

chagrijnig
"De hond is chagrijnig."

Vergrotende trap

Bij de vergrotende trap gebruik je 'chagrijniger': Dit kind is chagrijniger dan dat kind.

Grondvorm
chagrijniger
"Hij is chagrijniger dan gisteren."
Met "dan"
chagrijniger
"Zij is chagrijniger dan haar broer."

Overtreffende trap

Bij de overtreffende trap gebruik je 'chagrijnigst' of 'de chagrijnigste': Hij is de chagrijnigste van allemaal.

Attributief
de chagrijnigste
"Hij is de chagrijnigste persoon in de kamer."
Predicatief
chagrijnigst
"Dit is het chagrijnigst dat ik je ooit heb gezien."

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.