Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de chagrijnige man', gebruik je 'chagrijnige' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de chagrijnige
- "De chagrijnige man keek niet blij."
- Met onbepaald lidwoord
- een chagrijnig
- "Ik zie een chagrijnig kind in de hoek."
- Zonder lidwoord
- chagrijnig
- "Hij is chagrijnig."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'chagrijnig': Hij is chagrijnig.
Vergrotende trap
Bij de vergrotende trap gebruik je 'chagrijniger': Dit kind is chagrijniger dan dat kind.
- Grondvorm
- chagrijniger
- "Hij is chagrijniger dan gisteren."
- Met "dan"
- chagrijniger
- "Zij is chagrijniger dan haar broer."
Overtreffende trap
Bij de overtreffende trap gebruik je 'chagrijnigst' of 'de chagrijnigste': Hij is de chagrijnigste van allemaal.
- Attributief
- de chagrijnigste
- "Hij is de chagrijnigste persoon in de kamer."
- Predicatief
- chagrijnigst
- "Dit is het chagrijnigst dat ik je ooit heb gezien."
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.