Cijferen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'cijferen' betekent het nauwkeurig berekenen of rekenen, vaak in de context van financiën of administratie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik cijfer elke maand mijn inkomsten en uitgaven.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele avond gecijferd, maar het klopt nog steeds niet.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Cijfer eerst even voordat je een beslissing neemt.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij zou cijferen, zou hij zien dat het niet klopt.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.