Controleren
Hulpwerkwoord
hebben
hebben; trans
'Controleren' is een regelmatig overgankelijk werkwoord dat altijd een lijdend voorwerp nodig heeft: je controleert iets of iemand. De nadruk ligt op het nakijken of toezien op iets. In de betekenis 'beheersen' of 'macht hebben over' wordt het vaak gebruikt in het passief ('wordt gecontroleerd door').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Gebiedende wijs
Aanvoegende wijs
Voorbeelden
De arts controleert elke week haar bloeddruk.
tegenwoordige tijd, indicatief
De politie controleerde alle fietsers op lichten.
verleden tijd, indicatief
Ik heb de cijfers drie keer gecontroleerd.
voltooide tijd, indicatief
Controleer altijd of het gas uit is!
gebiedende wijs, imperatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.