Crashen
Hulpwerkwoord
hebben of zijn (afhankelijk van de context: 'hebben' voor actieve handelingen, 'zijn' voor verandering van toestand)
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'crashen' wordt vaak gebruikt in de context van computers, systemen of voertuigen die plotseling stoppen met functioneren.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, wij / we, jullie, zij / ze
u
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Mijn telefoon crasht steeds als ik deze app gebruik.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren crashte de server van het bedrijf.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de oude computer gecrasht door te veel programma's tegelijk te openen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Crash alsjeblieft niet tijdens het examen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.