🇳🇱

Dagelijks

Bijvoeglijk naamwoordA2

Attributieve vormen

Als je 'dagelijks' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'dagelijkse'. Bijvoorbeeld: 'de dagelijkse krant' of 'een dagelijkse wandeling'. Als het zelfstandig naamwoord niet genoemd wordt, gebruik je 'dagelijks', zoals in 'Dagelijks doe ik boodschappen'.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'dagelijks'. Bijvoorbeeld: 'Mijn werk is dagelijks' of 'Het wordt dagelijks warmer'.

Vergrotende trap

De vergrotende trap van 'dagelijks' is 'dagelijkser'. Dit gebruik je als je twee dingen met elkaar vergelijkt. Bijvoorbeeld: 'Deze taak is dagelijkser dan de andere'. Let op: deze vorm wordt niet vaak gebruikt.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

De overtreffende trap van 'dagelijks' is 'meest dagelijks' of 'meest dagelijkse'. Dit gebruik je om aan te geven dat iets het meest regelmatig of vaak voorkomt. Bijvoorbeeld: 'Dit is de meest dagelijkse bezigheid'. Ook deze vorm wordt niet vaak gebruikt.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Dagelijks' wordt vaak gebruikt om routines of regelmatige activiteiten aan te geven. Het is niet gebruikelijk om 'dagelijks' in de vergrotende of overtreffende trap te gebruiken, omdat het al een regelmatige frequentie aangeeft.
  • spelling:In de stellende trap eindigt het bijvoeglijk naamwoord op '-s' in de onverbogen vorm (dagelijks), maar krijgt het een '-e' in de verbogen vorm (dagelijkse).

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.