Dankbaar
Attributieve vormen
Als je 'dankbaar' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm. Voor 'de'-woorden gebruik je 'dankbare' (de dankbare student). Voor 'het'-woorden gebruik je 'dankbaar' (een dankbaar kind) of 'dankbaars' (iets dankbaars).
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'dankbaar'. Bijvoorbeeld: 'Zij is dankbaar'. Hier verandert de vorm niet.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets of iemand meer dankbaar is, gebruik je 'dankbaarder'. Bijvoorbeeld: 'Hij is dankbaarder dan zijn zus'. Je voegt '-der' toe aan het woord.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Om te zeggen dat iets of iemand het meest dankbaar is, gebruik je 'dankbaarst' (na 'zijn') of 'dankbaarste' (vóór een zelfstandig naamwoord). Bijvoorbeeld: 'Zij is het dankbaarst' of 'Dit is het dankbaarste cadeau'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Dankbaar' kan zowel voor personen als zaken gebruikt worden. Bijvoorbeeld: 'een dankbaar onderwerp' of 'een dankbaar kind'.
- spelling:Let op de spelling in de overtreffende trap: 'dankbaarst' en 'dankbaarste' (met een 'e' aan het eind voor attributief gebruik).
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.