🇳🇱
deZelfstandig naamwoord

Enkelvoudsvormen

Het woord 'datum' betekent een specifieke tijdsaanduiding.

Bepaald (de/het)
de datum
"De datum van de vergadering is 10 oktober."
Onbepaald (een)
een datum
"Ik heb een datum gekozen voor het feest."
Zonder lidwoord
datum
"Datum is belangrijk voor het evenement."

Meervoudsvormen

De pluralis 'data' wordt vaak in formele context gebruikt.

Bepaald (de)
de data
"De data voor de project zijn vastgelegd."
Zonder lidwoord
data
"Ik heb twee data voor het onderzoek."

Verkleinwoord

datummetje
"Het datummetje staat op mijn bureau."

De diminutief kan schatzaam of lief klinken, maar is niet gebruikelijk voor dit woord.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • datumsysteem

    "Het datumsysteem is geoptimaliseerd voor snel gebruik."

    Systeem voor het bijhouden van datums.

  • datumlijn

    "De datumlijn in de atlas is duidelijk gemarkeerd."

    Lijn die datums aangeeft.

Veelgebruikte woordcombinaties

  • voltooiing

    "De voltooiing van het project heeft een datum."

    Dit verwijst naar de deadline voor het project.

  • set een datum

    "Kun je een datum voor de vergadering setten?"

    Dit is een veelgebruikte uitdrukking in informele gesprekken.

Belangrijke opmerkingen

  • register:In formele teksten komen verschillende vormen of termen soms vaker voor.
  • countability:'Datum' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • irregular:In het meervoud verandert 'datum' in 'data', een uitzondering op regelmatige meervoudsregels.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.