🇳🇱
deZelfstandig naamwoord
1
Complex
Present Tense
Imperative
Simple
Future Tense
Interrogative
Context & Scenario
Compound
Past Tense
Declarative
Twee zakenlieden schudden elkaar de hand in een weelderige vergaderzaal, met productmonsters op een grote tafel.
2
Complex
Past Tense
Imperative
Synonym
Simple
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Context & Scenario
Compound
Future Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Idiomatic
Een hyper-realistisch beeld van een grandioze winkel met kleurrijke banners voor een aanbieding, met een klant die enthousiast naar een vakantiebrochure kijkt.
3
Simple
Past Tense
Declarative
Compound
Present Tense
Interrogative
Context & Scenario
Complex
Future Tense
Imperative
Een vrolijke autodealer en een blije klant schudden elkaar de hand in een kleurrijke autoshowroom.
4
Complex
Present Tense
Interrogative
Context & Scenario
Compound
Future Tense
Declarative
Interrogative
Context & Scenario
Idiomatic
Simple
Past Tense
Imperative
Context & Scenario
Synonym
Related Word
Een levendige marktscène met handelaars en klanten die onderhandelen over goederen, symbool voor veranderlijke deals.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.