🇳🇱
hetZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

'Deel' betekent een segment of onderdeel van iets.

Bepaald (de/het)
het deel
"Het deel van de taart is zo groot."
Onbepaald (een)
een deel
"Een deel van de bloemen is verwelkt."
Zonder lidwoord
deel
"Het was een belangrijk deel van het gesprek."

Meervoudsvormen

De pluralis 'delen' wordt gebruikt voor meerdere onderdelen.

Bepaald (de)
de delen
"De delen van het boek zijn interessant."
Zonder lidwoord
delen
"Er zijn veel delen van deze serie."

Verkleinwoord

deelletje
"Het deelletje van de puzzel is kwijt."

Diminutief maakt het woord schattiger en minder serieus.

informal

Veelgebruikte samenstellingen

  • deelstaat

    "Nederland heeft twaalf deelstaten."

    een staat die deel uitmaakt van een land

  • deelname

    "Zijn deelname aan de wedstrijd was een succes."

    meedoen, deelname aan iets

Veelgebruikte woordcombinaties

  • een deel van

    "Een deel van de inkomsten gaat naar goede doelen."

    Gebruikt om een specifiek segment aan te duiden.

  • deel uitmaken van

    "Hij maakt deel uit van het team."

    Duidt aan dat iets of iemand een component of lid is van een grotere groep.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Het woord 'deel' is telbaar.
  • register:In formele teksten kan het beter zijn om woorden zoals 'segment' of 'component' te gebruiken.
  • usage:'Deel' wordt vaak gebruikt in dagelijkse gesprekken.
  • usage:Diminutiefvorm 'deelletje' laat een schattige of minder serieuze context zien.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.