NEDERLANDS
🇳🇱

Deksel

de/hetZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

Het woord 'deksel' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één deksel hebt. Het is een concreet zelfstandig naamwoord en verwijst naar een voorwerp dat iets afdekt, zoals een pan, pot of fles.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

In het meervoud wordt 'deksels' gebruikt als je het over meerdere deksels hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik heb verschillende deksels voor mijn pannen.'

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het dekseltje wordt vaak gebruikt voor kleine voorwerpen of om iets schattig of minder belangrijk te laten klinken. Bijvoorbeeld bij kleine potjes of flesjes.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • pandeksel

    deksel specifiek voor een pan

  • flessendeksel

    deksel voor een fles

  • potdeksel

    deksel voor een pot

  • dekselglas

    glas dat als deksel dient, bijvoorbeeld voor een schaal

Veelgebruikte woordcombinaties

  • opzetten

    Het deksel wordt vaak 'opgezet' op een pan of pot om de inhoud te bedekken.

  • afhalen

    Het deksel wordt 'afgehaald' om bij de inhoud te kunnen.

  • sluiten

    Het deksel 'sluiten' betekent dat het goed op de pan of pot zit.

  • luchtdicht

    Een deksel kan iets 'luchtdicht' afsluiten, zodat er geen lucht bij kan.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Het woord 'deksel' wordt vaak gebruikt in combinatie met keukengerei, zoals pannen, potten en flessen. Het is minder gebruikelijk om 'deksel' zonder lidwoord te gebruiken, behalve in algemene uitspraken.
  • countability:'Deksel' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één deksel', 'twee deksels', enzovoort.
  • irregular:Er zijn geen onregelmatige vormen van 'deksel'. De meervoudsvorm is regelmatig: 'deksels'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.