Deksel
Enkelvoudsvormen
Het woord 'deksel' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één deksel hebt. Het is een concreet zelfstandig naamwoord en verwijst naar een voorwerp dat iets afdekt, zoals een pan, pot of fles.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
In het meervoud wordt 'deksels' gebruikt als je het over meerdere deksels hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik heb verschillende deksels voor mijn pannen.'
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het dekseltje wordt vaak gebruikt voor kleine voorwerpen of om iets schattig of minder belangrijk te laten klinken. Bijvoorbeeld bij kleine potjes of flesjes.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
pandeksel
deksel specifiek voor een pan
flessendeksel
deksel voor een fles
potdeksel
deksel voor een pot
dekselglas
glas dat als deksel dient, bijvoorbeeld voor een schaal
Veelgebruikte woordcombinaties
opzetten
Het deksel wordt vaak 'opgezet' op een pan of pot om de inhoud te bedekken.
afhalen
Het deksel wordt 'afgehaald' om bij de inhoud te kunnen.
sluiten
Het deksel 'sluiten' betekent dat het goed op de pan of pot zit.
luchtdicht
Een deksel kan iets 'luchtdicht' afsluiten, zodat er geen lucht bij kan.
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'deksel' wordt vaak gebruikt in combinatie met keukengerei, zoals pannen, potten en flessen. Het is minder gebruikelijk om 'deksel' zonder lidwoord te gebruiken, behalve in algemene uitspraken.
- countability:'Deksel' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één deksel', 'twee deksels', enzovoort.
- irregular:Er zijn geen onregelmatige vormen van 'deksel'. De meervoudsvorm is regelmatig: 'deksels'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.