Dichtmaken
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord
Het werkwoord 'dichtmaken' betekent iets sluiten of afsluiten, vaak fysiek, zoals een deur, raam, of verpakking. Het is een scheidbaar werkwoord, wat betekent dat het voorvoegsel 'dicht-' in sommige vormen van het werkwoord gescheiden wordt (bijv. 'maak dicht').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Kun je de fles **dichtmaken**?
tegenwoordige tijd, vragend
Hij **maakte** zijn jas **dicht** omdat het koud was.
verleden tijd, aantonend
We hebben de ramen **dichtgemaakt** voordat de storm kwam.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonend
**Maak** de deur **dicht** als je binnenkomt!
tegenwoordige tijd, gebiedend
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.