NEDERLANDS
🇳🇱

Relative

Verwijst naar de-woorden (mannelijk en vrouwelijk) en meervoud in de zin. Gebruikt als betrekkelijk voornaamwoord.

Kan ook als demonstratief voornaamwoord gebruikt worden (zie aparte uitleg voor demonstratief gebruik).

Positieregels

  • Komt direct na het zelfstandig naamwoord waar het naar verwijst.

    Het betrekkelijk voornaamwoord 'die' staat meteen na het woord waar het naar verwijst (hier: 'de man').

  • Kan aan het begin van een bijzin staan.

    In een bijzin verwijst 'die' naar een woord in de hoofdzin. Let op: in dit voorbeeld is 'het boek' een het-woord, dus moet je 'dat' gebruiken. Voor de-woorden en meervoud gebruik je 'die'.

  • Gebruik 'die' niet na een voorzetsel als het verwijst naar een het-woord.

    Als je een voorzetsel gebruikt, kies je 'waar + voorzetsel' of 'voorzetsel + wie/hetgeen' voor het-woorden. Voor de-woorden en meervoud kun je soms 'voorzetsel + die' gebruiken.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Die' wordt vaak gebruikt om extra informatie te geven over een zelfstandig naamwoord. Het is belangrijk om te weten of het woord waarnaar je verwijst een de-woord of een het-woord is, omdat dit bepaalt of je 'die' of 'dat' gebruikt.
  • usage:Veelvoorkomende combinaties met 'die': 'de man die', 'de vrouw die', 'de kinderen die', 'de mensen die'.
  • formal:In formeel Nederlands kun je ook 'welke' gebruiken in plaats van 'die', vooral na een voorzetsel. Bijvoorbeeld: 'De vrouw met welke ik sprak' (formeel) vs. 'De vrouw met wie ik sprak' (gebruikelijker).
  • informal:In informeel taalgebruik wordt 'die' soms gebruikt waar formeel 'dat' nodig is, vooral in spreektaal. Bijvoorbeeld: 'Het boek die ik las' (informeel) vs. 'Het boek dat ik las' (formeel). Dit is niet correct, maar komt wel voor.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.