Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de dikke kat' of 'een dikke boeken', gebruik je 'dikke' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de dikke
- "De dikke kat slaapt."
- Met onbepaald lidwoord
- een dikke
- "Ik heb een dikke boek."
- Zonder lidwoord
- dik
- "De banaan is dik."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'dik': De kat is dik.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, gebruik je 'dikker': Deze boom is dikker dan die boom.
- Grondvorm
- dikker
- "Deze boom is dikker dan die."
- Met "dan"
- dikkere
- "Ik zoek een dikkere pen."
Overtreffende trap
Voor de hoogste mate gebruik je 'dikste': Hij heeft de dikste trui van allemaal.
- Attributief
- dikste
- "Hij heeft de dikste trui."
- Predicatief
- dikst
- "Dit is het dikst boek."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Gebruik 'dik' voor iets dat veel massa of grootte heeft.
- irregular:De vergelijkende en superlative vormen zijn regelmatig.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.