Enkelvoudsvormen
'Doek' is een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud.
- Bepaald (de/het)
- de doek
- "De doek ligt op de tafel."
- Onbepaald (een)
- een doek
- "Ik heb een doek nodig."
- Zonder lidwoord
- doek
- "Een doek is handig voor schoonmaken."
Meervoudsvormen
Het meervoud is 'doeken'.
- Bepaald (de)
- de doeken
- "De doeken zijn gewassen."
- Zonder lidwoord
- de doeken
- "Er liggen doeken op de grond."
Verkleinwoord
Een klein of schattig doekje, vaak gebruikt voor kinderen of in een informele context.
informal
Veelgebruikte samenstellingen
vlaggendoek
"Ze maakte een mooie vlag van het vlaggendoek."
Een doek voor het maken of ophangen van vlaggen.
afwasdoek
"Ik gebruik een afwasdoek na het schoonmaken."
Een doek voor het afwassen.
Veelgebruikte woordcombinaties
doek om te poetsen
"Ik heb een doek om te poetsen op de aanrecht."
Dit is een veelgebruikte combinatie bij huishoudelijk werk.
doek voor de handen
"Haar doek voor de handen hangt aan de muur."
Dit verwijst vaak naar een keukenhanddoek.
Belangrijke opmerkingen
- countability:'Doek' is een telbaar woord. Je kunt 'doek' tellen: één doek, twee doeken.
- usage:'Doek' wordt vaak gebruikt in contexten van schoonmaken of kunst.
- register:In informele situaties is het gebruikelijker dan in formele.
- irregular:Er zijn geen onregelmatige vormen voor 'doek', de plurale vorm volgt de standaard regel.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.