🇳🇱

Doelen

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'doelen' betekent meestal 'richten op' of 'bedoelen'. Het wordt vaak figuurlijk gebruikt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik doel op een betere toekomst voor iedereen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft altijd al op succes gedoeld.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Doel op het midden van het doelwit!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij doelde op een hogere positie binnen het bedrijf.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.