NEDERLANDS
🇳🇱

Donderdag

deZelfstandig naamwoordA2
1
Simple
Present Tense
Past Tense
17e-eeuwse Nederlandse marktscène op donderdag met levendige handelaren en klanten in elegante kleding
2
Perfect Tense
Drukke kantoor- of trainingsruimte op een donderdag in maart, met een grote kalender waarop donderdagen zijn gemarkeerd, mensen in overleg, aan de telefoon en in trainingssessies

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.