Doormaken
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord, overgankelijk
Het werkwoord 'doormaken' wordt vaak gebruikt om een ervaring, meestal een moeilijke of intense, te beschrijven die iemand ondergaat of heeft ondergaan.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik maak een lastige scheiding door.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft een zware ziekte doorgemaakt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij maakten een prachtige reis door Europa door.
verleden tijd, aantonende wijs
Maak deze unieke ervaring goed door!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.