Dopen
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'dopen' kan zowel letterlijk (iemand onderdompelen in water als ritueel) als figuurlijk (een naam geven aan iets) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
De pastoor doopt het kind in de kerk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij hebben de boot gisteren gedoopt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Doop het broodje maar in de soep.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij de baby dope, zal de ceremonie beginnen.
onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.