Douchen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'douchen' wordt gebruikt om de handeling van het wassen onder een douche te beschrijven. Het is een alledaags werkwoord zonder sterke emotionele of formele lading.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik douch elke ochtend om wakker te worden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij douchte gisteren na de voetbalwedstrijd.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben ons allemaal gedoucht voordat we naar het restaurant gingen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Douche jij altijd met koud water?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Het is belangrijk dat je je doucht na het zwemmen in het zwembad.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.